Lollymans interesses

Hoi ouwe! Zei het joch van een jaar of 10 op straat tegen me.
- Hai. Zei ik.
Ben jij voor de blauwen?
- Ik interesseer me niet zo voor voetbal, maar als ik dan toch zou moeten kiezen ben ik voor de rooien.
Oh.. Die zijn vandaag kampioen geworden.
- Dat is mooi.
Nee, dat is helemaal niet mooi... Waar interesseer jij je dan wel voor hé? Vroeg de jongen alsof het heel ongewoon was je niet voor voetbal te interesseren.
- Voor mensen, had ik willen antwoorden, maar ik hield mijn mond.
De jongen vervolgde: voor muziek ofzo?
- Ja, voor muziek. Antwoorde ik naar waarheid.

Lollyman doceert de massa

Mag ik u wat vragen? Nee, nee, heel kort maar, gewoon alleen even een vraagje? Ok, hier kom-ti. Als u iemand tegenkomt, in de stad, die u een automatische incasso voor een goed doel probeert aan te smeren, wat doet u dan? Nee, ik begrijp dat ze u nooit meteen vragen of u lid wilt worden, maar als u wordt aangesproken door iemand in een greenpeace jas die zegt: "mag ik wat vragen?" dan weet u toch zeker wel hoe laat het is?

De reden dat ik deze vraag stel, is omdat ik u graag iets wil leren. Misschien niet u specifiek, maar wel den Nederlander in het algemeen. De laatste tijd doe ik voor mijn afstuderen nogal ervaring op met mensen aanspreken, spullen verkopen, langs de deuren gaan en collecteren. Dat alles in de naam der wetenschap, want ik ga natuurlijk niet werkelijk lopen slettebakken voor zulke organisaties. Neen, lollyman is een sjieke hoer en prostitueert alleen voor de wetenschap.

Goed, na het aanspreken van talloze mensen en het krijgen van vele afwijzingen weet ik wel een beetje hoe men reageert. Ik ken inmiddels alle smoesjes: "kan het een ander keertje?" (alsof je het dan wel doet...) "die geef ik al via de giro" (wat vrij knap is als het goede doel waarvoor je bezig bent helemaal niet bestaat) en de topper: "Ik heb haast" (om vervolgens in de winkel tegenover mij een kwartier te doen over het uitzoeken van een verjaardagskaartje). Dan heb je ook nog de mensen die je proberen te ontwijken door met een grote boog om je heen te lopen (dat zijn natuurlijk juist de leukste mensen om aan te spreken, oh uitdaging!). De ergsten zijn diegenen die gewoon doorlopen alsof je niet bestaat. Tot slot zijn er nog de enigszins acceptabele "daar heb ik geen behoefte aan" "daar heb ik geen zin in" en de "nee, sorry".

Welnu, wat ik u wil leren is om te gaan met deze mensen op een manier die getuigd van respect, vastberadenheid en volwassenheid. Ik zal eerlijk zijn, ook ik heb er een hekel aan om op straat aangesproken te worden, maar ook deze mensen zijn mensen en als zij een vraag stellen verdienen ze een antwoord. Bovendien, we hebben het aan ons zelf te danken dat deze mensen er staan, als wij niet steeds zouden vallen voor het lieve lachje van de amnesty vrijwilliger (vrijwillig voor 10 Euro per uur, mind you) zou ze daar ook niet staan.

Daarom presenteer ik u de "wat moet ik wel doen en wat moet ik niet doen als ik op straat wordt aangesproken door mensen die mij wat proberen aan te smeren"-lijst

Doens:

  • Glimlachen. Eerlijk waar glimlachen kan geen kwaad. U gaat niet dood van een glimlach, echt niet. Glimlach uitbundig in het algemeen en naar "aansmeerders" in het bijzonder. Het maakt de aansmeerder zelfbewust en u zelfverzekerd.
  • Stoppen (indien nodig). Als u wordt aangesproken kunt u best even stoppen, dat is lang niet altijd nodig, maar als u nu stopt kunt u heus wel weer twee seconden later verder lopen.
  • Oogcontact maken. Hoe onwaardig u de aansmeerder ook vind, u kunt deze op z'n minst een blik waardig gunnen.
Niet doens:
  • Ontwijken. Behalve dat u zichzelf compleet voor lul zet ten opzichte van de aansmeerder (echt waar ik heb mensen obstakels zien nemen om mij uit de weg te gaan die de gemiddelde stormbaansergeant zouden doen kwijlen (ok, ok, ik overdrijf hier een heel klein beetje)) zorgt u er ook nog eens voor dat u zichzelf aanprijst als doelwit. Immers, als u zoveel moeite doet om maar niet aangesproken te worden, dan bent u vast heel makkelijk te overtuigen.
  • Smoesjes geven. Ten eerste, het is heus wel duidelijk dat u aan het LIEGEN bent. Ten tweede, waarom zou u? Wordt er gevraagd: "mag ik u wat vragen en ZO NEE, WAAROM NIET?" Nee, dus laat de smoesjes achterwege. (Zelfs als die smoesjes legitieme redenen zijn).
  • Gewoon doorlopen. Goed, respect van de aansmeerder is misschien wel het laatste waarop u zit te wachten, maar als u het niet voor uzelf doet, doet u het dan voor het leefmilieu. Karma, samenleving, de maatschappu dat bent u, fatsoen, normen, dat soort dingen.
  • Boos worden. Niet goed voor uw bloeddruk en ook niet echt leuk voor de aansmeerder (zie ook voorgaande punt)
  • Sorry zeggen. Sorry waarvoor?
Als u zich aan de bovenstaande doens en niet-doens houdt bent u al een heel eind op weg, maar er is nog een belangrijk woord dat we niet hebben behandeld. Ik heb het natuurlijk over het magische hocus-pocus woord "NEE". Het woord nee is zeer krachtig, maar komt het best tot zijn recht als u er bij glimlacht en er geen verdere redenen bij gebruikt. Neemt u van mij aan dat het écht werkt, en bovendien de meest plezierige interactie vormt voor beide partijen. Een voorbeeld:
"Mag ik u wat vragen?"
- Nee (glimlach)
"Echt niet?"
- Nee (brede glimlach)
"Heel kort?"
- Nee (nog bredere glimlach)
En u bent vrij om door te lopen. De aansmeerder zal uw consistentie en glimlach waarderen en respecteren. U voelt zich goed omdat u vriendelijk bent gebleven en niet hebt gelogen.

Dusch lieve menschen, leert nee zeggen en weldra zullen den aansmeerders verdwijnen uit het straatbeeld! Maar misschien zou u dan wel even kunnen kijken of er niet een goed doel is dat u wilt steunen, want ze doen echt wel een hoop goede dingen...

Lollyman voelt zich goed

Sterker nog... ik voel me fantasties!

Jeej!

Lollyman in het concertgebouw

Ze was slank en lang, een rank gestalte. Naast haar zat haar tegenpool, een twee keer zo oude vrouw; klein, stug en stevig. Aan haar was alles gracieus en zacht. De oudere vrouw was grof, de spieren op haar armen duidelijk zichtbaar.

Hoewel ze uiterlijk zo verschilden bewogen ze met een perfecte synchroniciteit. Wel verschilden hun bewegingen zoals ook hun uiterlijk verschilde. De ranke vrouw bespeelde haar cello alsof ze er mee onderhandelde: "Ik strook je nu zo, zou jij dan misschien het gewenste geluid willen produceren?" De grof gebouwde vrouw verrichte echter noeste arbeid met haar cello: "Of je het nu leuk vind of niet, ik krijg dat geluid er wel uit!" leek ze te denken.

Het koor zong:

"Sehet mich an: Ich habe eine kleine Zeit Mühe und Arbeit gehabt und habe großen Trost gefunden"

En even keken de twee cello speelsters elkaar aan en glimlachten, nauwelijks zichtbaar, maar overduidelijk naar elkaar. Daarna besteedden ze enkel nog aandacht aan hun muziekstandaard en de dirigent en gingen ze verder met het maken van prachtige muziek.