¶Still is the life
Om 06:00 uur zou de wekker gaan. Om 05:51 werd ik wakker. Ik bleef wakker liggen, keek naar haar, keek naar hoe ze lag te slapen. Ik schakelde mijn alarm uit nog voordat het afging en keek nog even naar haar. Ze opende haar ogen half en vroeg slaperig: "hoe laat is het?" "Zes uur," antwoordde ik, "slaap maar lekker verder."
Ik stond op en liep door haar koude en donkere huis, dat zoals altijd warm voelde. Ik kleedde me aan, maakte mijn ontbijt klaar en smeerde mijn boterhammen. Als laatste trok ik mijn schoenen aan. Het geluid van mijn nette schoenen op het kliklaminaat bewaar ik graag tot het laatst.
Ik liep haar slaapkamer binnen en boog over haar heen. "Dag lief, slaap maar verder," zei ik. "Doei poppie," zei ze, en ze tilde haar hoofd drie keer van haar kussen om mij te kussen.
Vaak mis ik haar het meest als ik 's ochtends bij haar opsta, dan wil ik terug in bed kruipen en knuffelen. Knuffelen net zolang totdat alle teddyberen ter wereld jaloers op haar zijn, en dan nog wat meer. In plaats daarvan fiets ik naar het station en stap ik in een kille trein.
Met mijn mp3 speler aan en headphones op probeerde ik nog wat te slapen. Het lukte niet. John Mayer klonk uit mijn mp3 speler en zong: "come back to bed..." "...if only I could," dacht ik.



